
De eerste keer dat ik mijn vriend betrapte op het scheren van zijn benen, liet
ik van schrik een pot met crème uit mijn handen vallen.. De pot viel op mijn
voet en tranen sprongen in mijn ogen. ‘Doe niet zo kleinzerig,’ zei mijn lief en stapte met geschoren benen uit bad.
Hoezo kleinzerig? Omdat je met een scheermesje die vreselijke haren dubbel zo hard
terugkrijgt, ben ik jaren geleden overgestapt op het harsen. Een marteling
met prima resultaat. Hars op de haren, lapje erop, wrijven en in één ruk er
af. Dat voelt aan alsof je met een reuzenpleister het vel van je been trekt.
Nadat de zwelling enigszins geslonken is en je been zijn normale kleur terug
heeft, kun je genieten van het resultaat. En dat mag er zijn. Mij hoor je dus niet klagen.
‘Waarom scheer jij je benen eigenlijk?’ vroeg ik op de man af.
Ik weet dat hij niet de enige is die het doet. Regelmatig tref ik
haarloze mannenkuiten in onze tuin. De eigenaars lijken op figuranten uit
een sciencefiction film. Strakke, nietsverhullende pakken omsluiten hun
lichaam. De ogen afgeschermd door zwart kunststof en op het hoofd een
policarbonaat schaal met ventilatiegaten. Halve handschoenen met
gelkussentjes aan de binnenkant en zeemleer tussen hun benen. Door de
klipjes aan de onderkant van hun schoenen, lopen ze als een cowboy zonder
paard.
De paarden staan een eind verderop. Ze worden met trots bekeken, gepoetst
en getest. Een ros van carbon met 20 versnellingen.
Ik dacht dat wielrenners hun benen schoren omdat ze dan sneller
vooruitkwamen. Scheren om aerodynamische redenen. Maar ze doen het om pijn
te voorkomen. Als ze vallen is het been zonder haren beter te ontsmetten.
Bovendien, zegt mijn vriend, gaan de pleisters er daarna makkelijker af.
Ja, ja. Zo kan ik het ook. Eerst scheren en dan pas harsen. Kleinzerig
hoor!
*Column ‘Tegen Het Zere Been’, Annette Verspoor, gepubliceerd in Opzij, november 2004.
Tekst: Bibliotheken Eemland/ Annette Verspoor